donderdag 7 februari 2013

Crocus tommasinianus Boerenkrokussen in zonnigesneeuwtuin


Boerenkrokussen (Crocus tommasinianus -genoemd naar de botanicus Tommasini-) nu in bloei. Het is een goede pollen leverancier voor bijen.  De boerenkrokus is doorschijnend en fijner gebouwd dan de gewone krokus, die van haar afstamt. Boerenkrokussen bloeien vroeger dan de gewone en openen zich met een mooie stervorm.
Sneeuwklokjes (Galanthus nivalis)  zijn er ook al en samen vormden ze een mooi plaatje met de sneeuw van gisteren.
http://natuurtuin.blogspot.nl/2012/02/crocus-tommasinianus-of-boerenkrokus.html

sneeuwklokjes


Tomasini's Crocuss-named after the botanist-Tommasini  (Early Crocus, Snow Crocus, Tommasinis Crocus, Tommies, Woodland Crocus) now in bloom. Good pollen provider for bees. The Early crocus is translucent and finer than ordinary crocus, its descendant. Early Crocuses bloom earlier than usual. They open up with a nice star shape.
Galanthus nivalis (Snowdrops) are there already and together they formed a pretty picture with the snow yesterday.
http://natuurtuin.blogspot.nl/2012/02/crocus-tommasinianus-of-boerenkrokus.html


vijver met laagje ijs in de ochtendzon


maandag 28 januari 2013

Bijen Natuurtuin na de sneeuw


het woordje sneeuw ontbreekt.
tongvaren in de middagzon

Vandaag is het een zonnige dag. In de tuin is de sneeuw al aardig aan het wegsmelten, maar er ligt ook nog veel. In ieder geval is het nog een hele uitdaging om het blote voetenpad te lopen. Het blad van de tongvaren (Asplenium scolopendrium)  is nu op zijn mooist. Sneeuwklokjessprieten (Galanthus nivalis)  staan boven de grond, in de stinzenplantentuin en de boerenkrokus stelen (Crocus tommasinianus) , kwamen net zo onder de sneeuw vandaan, als ze erbij stonden voor de sneeuwval. Altijd een mooi gezicht; die zon overgoten tuin.

maandag 21 januari 2013

Jerusalem artichokes. Aardpeergeschiedenis.

aardpeerstengels voor bijenkasten. rechts  nog wat boerenkool .

Grote geschiedenis.
Aardpeer is afkomstig uit Noord-Amerika en Canada. Waar Indianenstammen de knol teelden, onder de naam:  Tupinamba.
Sir Walter Raleigh , een Engels ontdekkingsreiziger, ontdekte de knollen in 1585 in Virginia , terwijl Samuel de Champlain  ze heeft waargenomen bij Cape Cod in 1605. De advocaat en reiziger Marc Lescarbot ging in 1606 , met zijn vriend John Poutrincourt naar de  Port Royal Champlain, waar hij ook de knol ontdekte. Hij bracht hem mee naar Frankrijk in 1607 en begon net de aanplant. De distributie in Europa groeit snel, dankzij de eenvoudige cultuur en een sterke vegetatieve vermeerdering, ook in arme bodems. Het krijgt de naam: poire de terre (peer van het land), in het Verdrag voedsel van Louis Lemery in 1702. Een paar jaar na de eerste teelt in Frankrijk, was de knol al te koop op de Nederlandse en Engelse markt. En wat doen mensen, als er iets nieuws aan planten, op de markt komt? Het wordt een keer gegeten en er wordt  een bolletje van in de grond gestopt, onder het motto; "kijken wat wordt". En groeien en zich vermeerderen doen de aardperen wel. Zelfs de ogen van de in de grond gestopte schillen vormen knollen. Zo heeft de aardpeer zich over heel Europa verspreid. Commercieel en niet commercieel.

Kleine geschiedenis
Ongeveer zo ging het ook met de kleine geschiedenis in de tuin. Van een dame, uit een kwekersfamilie, kregen we een paar bolletjes, die geweldig aansloegen. Een paar jaar later moest de tuin heringericht worden en de aardperen verhuisden naar de huidige lokatie. Ze hebben daar een hele streek in beslag genomen. Ze doen nu dienst als bijenplant in de herfst en afweerscherm tegen steken, voor wandelaars, die voor de kasten langs lopen. In de tuin blijft alles onaangeroerd, zodat in de winter de dode stengels nog rechtop staan omdat de knollen niet geoogst geoogst. Voor consumptie aangeplant in eigen tuin, is het voor een grotere opbrengst beter, de knollen opnieuw te poten en de grond af en toe iets te bemesten. Een andere plek is niet nodig.


Great history.
Jerusalem artichoke is native to North America and Canada. Where Indians tuber cultivated under the name: Tupinamba.
Sir Walter Raleigh, an English explorer, discovered the tubers in 1585 in Virginia, while Samuel de Champlain them has been observed at Cape Cod in 1605. The lawyer and traveler Marc Lescarbot was in 1606, with his friend John Poutrincourt Champlain to Port Royal, where he discovered the tuber. He brought them to France in 1607 and just started planting. The distribution in Europe is growing rapidly, thanks to the simple culture and a strong vegetative propagation, even in poor soils. It gets its name: poire de terre (peer of the country), the Treaty of food Louis Lemery in 1702. A few years after the first crop in France, the tuber already on sale on the Dutch and English market. And what do people do, when something new plants on the market?
It is once eaten, and they plant a tuber in the ground, under the motto, "look what you get." And grow and multiply Jerusalem artichokes do so. Even the eyes of the ground stopped peeling, forming tubers. Thus, the artichoke has spread throughout Europe. Commercial and non-commercial.

Garden History
The little history in the garden, went so. A lady in years, from a family of growers, we got a few balls, which resonate great. A few years later, the garden redesigned and Jerusalem artichokes moved to the current location. They have a whole region seized. As I wrote the following piece, they now serve as a bee plant and  bee defense screen. In the garden everything remains untouched, so that in winter the dead stems are upright and the fruit is not harvested. For consumption planted in the garden, it is better to re-plant the tubers in slightly enriched soil. Not in another place, because there are always traces of tubers behind. Tubers that remain behind in the ground, sprouts are reused, but are becoming a little smaller. In the garden, I replanted nice round specimens, hoping easily treatable round balls back.



woensdag 16 januari 2013

Tuinvogeltelling

Pimpelmees

Zoals elk jaar in deze maand, is er ook het komende weekend 19 en 20 januari, weer een tuinvogeltelling georganiseerd.
Een leuke bezigheid van een half uur, vanachter een raam dat uitziet op tuin of balkon.
Voor tips en om het resultaat, als u wilt, door te geven,  ga hier naar dewebsite van TUINVOGELTELLING.


woensdag 9 januari 2013

Stinzenplantentuin begint al uit te lopen


In de stinzenplantentuin is al wat lente groen te zien.
Het eerst denk je aan sneeuwklokjes (Galanthus nivalis), maar juist die zijn nog onzichtbaar. De uitlopers zitten ongetwijfeld verscholen onder een dikke laag composterend blad. Ze zullen er wel snel bovenuit  komen.
Italiaanse aronskelken (Arum italicum) vertonen aarzelend al wat frisgroen blad bovengronds.
Boerenkrokussen (Crocus tommasinianus) steken duidelijk zichtbaar, bosjes groene stengels met lichte puntjes omhoog, verpakt in een witte omstrengeling, tussen het mooie groene blad van de witte klaverzuring.
De stinzenplantentuin ligt onder de rode beuk, geplant in 1932, door de familie Lindtberg, die er toen een boerenbedrijf voerden. Een rode beuk werd in het verleden vaak aangeplant, als de boerderij afbetaald was. Of dat hier ook het geval was, is niet bekend.
http://natuurtuin.blogspot.nl/2012/01/crocus-tomassinianus-boerenkrokus.html

donderdag 27 december 2012

(Pycnoporus sanguineus) Vermiljoenzwam.

fotocollage vermiljoenzwam.

Op 1 februari 2011, schreef ik onderstaand blog, over mijn ontdekking in de tuin, van een paar exemplaren van de vermiljoenzwam, op een stuk van een composterende berkenboom. Volgens een recent artikel van:  http://www.natuurbericht.nl/?id=9923 zou de zwam in 1967 in ons land ontdekt zijn en sindsdien aan een stevige opmars bezig zijn op de zandgronden. 
Toen ik de tak zag liggen, eind januari 2011, was de zwam al op zijn retour. De kleuren aan het vervagen. De fotocollage vertoont een groter beeld dan de zwam in werkelijkheid was. Dat neemt niet weg, dat de zwam uit kan groeien tot een behoorlijke proportie. Rond de Kerst is het zijn hoogtepunt, vandaar dat hij in het natuurbericht de “Kerstzwam” wordt genoemd.

artikel van 1 februari 2011:
Een opvallende oranje/rode kleur en toch nooit opgemerkt. Vanmiddag zag ik hem ergens langs de omheining, in de rimboe van dood hout liggen.
De Vermiljoenzwam (Pycnoporus sanguineus).
Enkele exemplaren op een stuk dode tak in stijf bevroren toestand. Het mooist kwam de onderkant van de zwam, met de oranje/rode buisjes, tot zijn recht op de versplinterde punt van de tak. De zwam is zeldzaam, maar de afgelopen herfst kenmerkte zich door de vertoning van meer zeldzame paddestoelen en zwammen. Deze soort komt voor op hout van loofbomen, vooral berk, lijsterbes en kers.
Vruchtlichaam eenjarig, halfrond console- tot waaiervormig.
Na het voorjaar van 2011, heb ik de zwam in de tuin nog niet terug gezien, wel in de omgeving.

donderdag 6 december 2012

dinsdag 4 december 2012

Sleedoornpage (Thecla betulae)

sleedoorns langs mistig tuinpad


Sleedoornpage (Thecla betulae) is een vlinder, die haar eitjes afzet in de oksels van de takken van de sleedoornstruik, vandaar de naam "sleedoornpage". De vlinder vliegt van eind juli tot eind oktober. In die tijd zet ze haar witte, platte eitjes af, op takken die ongeveer 2 a 3 jaar oud zijn. Onder afgevallen bladeren verpoppen de rupsen zich op het eind van juni. Vroeger droeg de vlinder, de naam "berkenpage", omdat er gedacht werd dat ze berken als waardplant hadden. Naderhand werd ingezien dat het niet om de berk, maar om de sleedoorn ging. De wetenschappelijke naam is nog een erfenis van deze misvatting.
De vlinder staat op de rode lijst van bedreigde soorten.
Rond het jaar 2005 zijn er in de Bijentuin, zeven eitjes aangetroffen, op de sleedoorns.
Natuurbericht, - zie HIER -, recommandeert het zoeken naar de eitjes in deze periode, als mooie activiteit tussen Kerst en Nieuwjaar, als er tenminste geen sneeuw ligt, want de eitjes zijn wit. Er staan een paar heel goede afbeeldingen van vlinder en eitjes op hun website.


vrijdag 30 november 2012

De charme van een winterse tuin

wilde peen naast het insectenhotel

Vannacht is er dan de eerste nachtvorst van betekenis over de tuin gegaan.
Het was een prachtige ochtend, net voor de schemering intrad, stond de bijna volle maan, samen met de planeten Venus en Jupiter, op schitterende wijze te stralen aan de hemel vol sterrenpracht. Dat duidt in deze tijd van het jaar op zijn minst op nachtvorst. Tegen dat de zon opkomt en even daarna is de natuur dan ook een schitterend plaatje in wit. Vooral in de Bijen-natuurtuin waar de pluimen van uitgebloeide planten ongerept blijven staan, is het net of ze op een andere manier weer tot leven komen. Op de nog groene bladeren van o.a. de wilde marjolein (Origanum vulgare L.) tovert de vorst een wit randje.
De ragebolletjes van de wilde peen (Daucus carota L.) zijn berijpt heel mooi, samen met pluimen van lever- of koninginnekruid (Eupatorium cannabinumL.), guldenroede  en teunisbloem, de moeite waard om eens naar om te zien. De vogels hebben het duidelijk naar hun zin in de tuin. Vooral een winterkoninkje (Troglodytes troglodytes), fladderde zingend uit volle borst door de takken. Geassisteerd door koolmeesjes en mussen.
Marjolein met een wit bladrandje.


woensdag 14 november 2012

Zaadrijp teunisbloem(Oenothera) guldenroede(Solidago canadensis)


canadese guldenroede
De tuin heeft nu een herfstachtig aanzien.
Veel planten hebben rijpe zaden, of hebben zich inmiddels uitgezaaid.
Heidezaden van de Calluna- of stuikheide zijn nu ongeveer rijp.
Teunisbloem (Oenothera) en Canadese guldenroede zijn erg succesvolle zaaddragers, zeg maar woekeraars.
In bloei zien ze er prachtig uit en ook nu in hun herfsttooi, zijn ze nog decoratief. Vooral de pluimen van de guldenroede hebben een mooie uitstraling, bijzonder in het tegelicht en over een poosje als ze hopelijk met rijp of  sneeuw bedekt worden.
Op de foto's een beeld van deze planten in augustus en nu, half november.
De vijver is voor ¾ geschoond en het water weerspiegeld weer de wolkenluchten en de boomtoppen.
teunisbloem

vrijdag 2 november 2012

Kardinaalsmuts

Kardinaalmuts met verwelkte Canadese guldenroede.

In de tuin is het kleuren spektakel van de zomer en vroege herfst, nu helemaal op zijn retour en veranderd in het bruin, geel en zwart van verwelkend blad.
Bij een enkel herfstaster is nog iets paars van een bloem te herkennen. De enige helder rode kleur komt van de kardinaalsmuts (Euonymus europaeus)
De waardplant voor stippelmot, kardinaalsmutsmot ( Hyponomeuta evonymellus) en zwarte bonenluis (Aphis fabae Scopoli).
Verder is alles van de struik, giftig voor de mens. Roodborstjes en merels eten de zaden en zo worden deze, via hun guano, verspreid.
De plant bloeit in mei, met groene bloemschermen, die veel honing bevatten. De bloeitijd loopt vaak uit tot in de zomer. Dus voor bijen zeker een waardevolle struik.
Het hout was vroeger, door de mooie geelachtige kleur, gewild voor houtsnij- en inlegwerk. Weverspoelen werden er ook veel van gemaakt.