dinsdag 21 maart 2017

Kikkers

De bruine kikkers (Rana temporaria) zijn op dit moment druk met hun voortplanting.
Het ondiepe ven lijkt door hun activiteit op een bubbelbad.
In de diepere vijver borrelt het al een beetje en ook daar ligt al wat dril in het water.
Link naar artikel





dinsdag 7 maart 2017

Stinzenplanten pril begin

Boeren krokus met lenteklokje

Narcis in de knop en sneeuwklokjes 

Nuttige planten voor bijen
sneeuwklokjes hebben houwvast aan myrrhis odorata, winter akoniet

zaterdag 4 februari 2017

Sneeuwklokjes


Sneeuwklokjes (Galanthus nivalis)
hebben de primeur om de eerste bloeiers van het voorjaar te zijn. Ze zijn weer bovengronds en bijna in de bloei.
Vorige herfst zijn er op nieuw gestreepte nestzwammetjes in de tuin gevonden.
Ze zijn er op dit moment nog steeds. Ze hebben wel aan schoonheid ingeboet.
http://natuurtuin.blogspot.nl/2013/11/gestreepte-nestzwam-cyathus-striatus.html

vrijdag 3 februari 2017

Darren

Mannelijke bijen heten darren. Bij goed weer zijn ze buiten. Ze zijn iets groter dan de werksters. Darren hebben geen angel, dus voor verdediging zijn ze niet geschikt. Ze worden onderhouden door de werksters, zonder zelf iets bij te dragen aan de voedselvoorziening. Ze leven alleen voor de voortplanting. Ieder bijenvolk zal in het seizoen een dar opnemen, ook al is die niet uit hun kast afkomstig. Maar tegen de winter, als de bevruchtingstijd voorbij is en ze geen enkel nut meer hebben om te bestaan, worden deze diertjes zonder pardon door hun vrouwelijke collega's de kast uitgejaagd, ze zijn dan gedoemd te verhongeren. In het voorjaar ververst de koningin hun geslacht weer, door in grotere eicellen aan de buitenkant van de raat, onbevruchte eitjes te leggen, waaruit weer nieuwe darren ontstaan.
Een paar plek met een jonge koningin ligt op 10 tot 40 meter hoogte. Eén paring is genoeg voor haar verdere leven.
https://nl.wikipedia.org/wiki/Dar

zaterdag 21 januari 2017

WERKSTERSBIJEN

De eitjes in de duizenden cellen, die bestemd zijn om werksterbijen voort te brengen,
bereiken na drie dagen het larve stadium. In deze positie worden ze weer drie dagen gevoed met koninginnegelei.Vanaf de vierde tot ongeveer de tiende dag krijgen ze stuifmeel en honing te eten. Aan een larve wiegje staan bijna drieduizend verzorgsters, die tot taak hebben, te controleren en te voeden. Als de larve zo groot geworden is dat ze de hele cel opvult, spint ze een cocon om zich heen. Door haar verzorgsters wordt de cel nu afgesloten met een wasdekseltje. Het zal opnieuw een dag of tien duren, voor ze als volwassen bij het laagje doorknaagt en tevoorschijn komt. Bij intuïtie weet ze van meet af aan wat haar te doen staat. De eerste taak is, zichzelf een poetsbeurt geven en daarna cellen schoonmaken. Met ongeveer 20 collega's maakt ze in drie kwartier een cel glanzend schoon. De koningin controleert ze, alvorens haar eieren erin te leggen. Wanneer de kaakklieren van de jonge Bij ontwikkelt zijn, krijgt ze een nieuwe taak. Ze moet dan de koningin en de larven voeden.

Na verloop van enkele dagen, atrofiëren deze klieren en tegen die tijd zijn er acht wasklieren in haar achterlijf weer ontwikkeld.
Van de honing en het stuifmeel die ze nu eet, maakt ze via deze wasklieren, de benodigde was voor de bouw van de raat en dekseltjes voor het afsluiten van de larven- en volle honingcellen.
Deze wasklieren gaan ook weer aftakelen.
Dan wordt het haar taak om het binnengebrachte voedsel van haar collega's af te nemen, te verwerken en op te slaan.
Met haar antennes beklopt ze het lichaam van de Bij, die voedsel binnen brengt. Deze braakt voor haar de nectar uit en de stuifmeelklompjes aan haar poten draagt ze aan haar over.

Een voedsel binnenbrengende Bij heeft de taken van deze jongere zuster ook eens volbracht.
Ze heeft evenals die jonge Bij nu ook voedsel ingebracht.
Daarna heeft ze voor de ingang van de korf, wacht gelopen, om honing dieven te weren.
Van uit die positie heeft ze stukje bij beetje, rond het middaguur, zich leren oriënteren op de zon en de kast, door steeds een eindje verder weg te vliegen.
Nu haalt ze honing en stuifmeel binnen, van een plaats met bloemen die een verkenner door een ingewikkelde dans heeft aangegeven..
Het is meer de lengte van haar vluchten, dan de dagen die haar leeftijd bepalen.
Na ongeveer 800 km. vliegen is ze aan haar eind. Haar vleugels zijn versleten en ze valt tijdens haar vlucht zomaar ergens neer.
Ze zal dan rond de vijf weken geleefd hebben.


maandag 16 januari 2017

KONINGIN

 Een bijenkoningin begint haar leven als eitje in een van de 10 of meer koninginnencellen. Deze cellen zijn groter dan de duizenden andere die bedoeld zijn voor de werksterbijen. Daarom hangen ze onder aan de ingenieus opgebouwd raat. De raat bestaat uit duizenden zeshoekige cellen van gelijke grootte. De aan beide kanten van de uiterst dunne wassen basisplaat bevestigde cellen liggen niet tegenover elkaar, maar op het snijpunt van drie cellen, zodat het geheel goed stevig geconstrueerd is. Zouden de koninginnencellen of moerdoppen, ergens midden in de raat gebouwd worden, dan gaat de zuivere zeshoekige geometrie verloren.
De eitjes, die gelegd worden in de koninginnenkamers, zijn van dezelfde soort als die in de andere cellen gedeponeerd worden, maar het verschil zit in de voeding.
De koningin wordt tijdens haar hele larve bestaan gevoed met koninginnengelei. Zou ze hetzelfde dieet als een werksterbij krijgen, werd ze een gewone werkster en omgekeerd ook.
Van ei tot bij, duurt iets meer dan drie weken, voor een koningin.
Als de jonge koningin zich begint te verpoppen, bereidt de oude zich voor op vertrek, het z.g. zwermen.
Door middel van feromonen [vooral E 9 oxo 2 decaanzuur] uit haar kaakklieren, komen haar verzorgsters met haar geur in aanraking, die ze op hun beurt weer door geven aan het volk.
Wordt de populatie te groot, dan vervreemd het gedeelte, dat nauwelijks of geen contact meer met de moer of haar verzorging hebben.
Als reactie op het ontbreken van deze geur gaan ze moerdoppen bouwen. De oude koningin wordt met een afslankdieet voorbereid op het zwermen. Normaal is ze te dik om te vliegen.
Staat eenmaal de jonge koningin op uitkomen en kan er door bv. weersomstandigheden niet gezwermd worden, dan treed daarbij een akoestische communicatie op, tussen de twee dames.
De oude koningin drukt haar borststuk tegen de raat en brengt met een bepaald 'tuut' geluid de raat in trilling.
De werksters die zich op dit gedeelte van de raat bevinden, blijven staan in verstarring. Als men bijen wil merken, wordt dit geluid nagebootst.
Op het 'tuutgeluid' van de moer, antwoord de jonge koningin in de cel met een 'kwaak' signaal. Deze geluiden kan een opmerkzame imker ook horen, een stressvol moment in de imkerij, want een zwem komt er aan. Als de oude koningin met haar volk is uitgevlogen, komt de nieuwe uit haar cel te voorschijn.
Is het overgebleven populatie nog te groot voor een koningin, zal ze een of meerdere koninginnen toestaan om te overleven. Die zullen dan respectievelijk voor nazwermen zorgen. De laatste koningin, voor wie het volk niet te groot meer is, zal de overige poppen in de moerdoppen, met haar gladde angel doodsteken. De tegelijk met haar uitgekomen collega's doet ze een gevecht aan op leven en dood. Wie in leven blijft is de nieuwe, maagdelijke koningin. Na een week, houd ze een eenmalige bruidsvlucht. Op een hoogte van 10 tot 30 meter, bevinden zich altijd op dezelfde plaats, de rendez-vous plaatsen van de mannelijke bijen, die darren genoemd worden. Deze darren, die uit verschillende korven afkomstig zijn, zullen de geur van een koningin onderkennen, maar ze hebben ook veel sterkere facet ogen dan werksterbijen en het gezichtsveld van de koningin is de minste van al. Het is standaard dat bruidsvlucht in de morgen uren plaats vind. Een aantal werksterbijen houden de wacht in een kring voor de ingang van de korf, daarbij stulpen ze hun geurklieren uit, met de bedoeling door middel van geur, de koningin veilig terug te leiden. Boven heeft de snelste en sterkste dar de eerste kans. Ze gedraagt zich polygaam. De bevruchtingsvloeistof krijgt ze zo mee, dat ze ook onbevruchte eitjes kan leggen, waaruit zich de darren ontwikkelen.
Met haar terugkeer in de korf is de cyclus weer rond. Ze zal zich in eerste instantie richten op het leggen van duizenden eieren per dag, waaruit zich werksterbijen ontwikkelen.
Deze dames zullen op een gegeven dag geen geur meer van de moer ontvangen, omdat het volk weer te groot geworden is.

Een klein volk begint al met een onafgebouwde aanhechting van moerdoppen onder aan de raat. De ene bij bouwt er een stukje bij aan, de andere haalt weer een stukje weg. Dat lijkt op een soort democratisch stemgedrag, maar op een dag is het volk weer zo groot, dat ze deze cellen eensgezind volledig af gaan bouwen.
Lees hier meer: 

maandag 9 januari 2017

BIJEN


Met het lengen van de dagen beginnen de bijenvolken in hun kasten, weer geleidelijk actief te worden. Ze zitten dicht opeen gepakt om de koningin of 'moer' heen. Het centrum van het nest wordt op een aangename temperatuur van ongeveer 25ºC gehouden, door het bewegen van de vleugelspieren. De buitenste bijen moeten het doen met minder warmte. Bij een lage buiten temperatuur raken ze zelfs zo onderkoeld dat ze dood gaan. Plaats wisselen doen ze wel, maar alleen op de warmere winter dagen.
Als de dagen langer worden, begint de populatie geleidelijk aan voorbereiding te treffen op het nieuwe broedseizoen. Werksterbijen in de directe omgeving van de koningin gaan haar voeren met een voedzame, eiwitrijke afscheiding uit hun kaken, de Koninginnengelei, die ze op hun beurt weer verkregen hebben door een stuifmeelrijk dieet. Dit voedsel heeft de koningin nodig om haar eieren te kunnen leggen. Eerst langzaam, maar naarmate de winter op het einde loopt steeds sneller, legt de moer haar eitjes, in voormalige voedsel opslag cellen, die vrij gekomen zijn, door het opeten van de voorraad. In dit gedeelte van het nest, wordt de temperatuur nu op 36ºC  gehouden. Drie dagen na het leggen van de eitjes, komen de larven uit. Het lijken kleine witte garnaaltjes. De eerste drie dagen worden ze de door werksters gevoed met Koninginnengelei en daarna met stuifmeel en honing. Rond de tiende dag ondergaat de larve het pop stadium, dan sluiten de bijen de cel af met een dun laagje was. Als de metamorfose voltooid is, [10 dgn.] knaagt de nu volwassen bij het waslaagje door en hiermee neemt het bijenleven, meestal als werkster, met al haar verplichtingen een aanvang. Meer informatie kunt u lezen via de Bijenstartpagina: http://www.bijen.pagina.nl


vrijdag 30 december 2016

donderdag 22 december 2016

Juniperus of jeneverbes.

In de tuin staan twee beeldbepalende kegelvormige bomen met een lengte van ongeveer 5 meter. Juniperus is de Latijnse samenvoeging voor junior en verschijning. De jongere bessen verschijnen al, voordat de oudere zijn afgevallen. Dat is op één van de foto’s ook duidelijk te zien. De groenblijvende cipres behoort met de taxus tot de, in ons land, inheemse soorten. In de loop van de eeuwen, zijn er een reeks fantasie rijke spookverhalen rondom deze bijzondere boom geweven. In de Nedersaksische streektaal, die in onze omgeving zo ongeveer zijn westerse grens bereikt heeft, draagt de boom de naam: Damper (Elburg), Wacholder( Apeldoorn) en de bessen heten: Dammels. 
een rijpe en een onrijpe bes
Goed rijpe, twee jarige jeneverbessen hebben een hoge medicinale waarde, maar ze zijn ook giftig en ze moeten dus met beleid ingenomen worden. Bij zwangerschap zijn ze ronduit gevaarlijk.
Als smaakmaker staan ze bekend in zuurkool (wel koken) en jenever. Waarschijnlijk door vraat van de jonge toppen, door dieren, komt de boom in nogal verschillende vormen in het landschap voor. Ze hebben stekelige naalden met een kenmerkende witte streep in de lengte aan de onderkant. Kleine vogels nestelen er graag in. http://schuttersbosch.dse.nl/Educ_items/Jeneverbes.htm 


De juuste biotoop. NDS. streektaal.
De jeneverbees leef in symbiose mit een schimmel. Bie ofwezigheid van disse schimmel kiemt de jeneverbees slecht. De schimmel kan niet goed tegen verzuring van de bojem. In terreinen waor de invleud van mest is terug-edrongen bliekt de jeneverbees bie enige rust goed te kiemen.
Aldus de Nedersaksische wikipedia pagina. (in het Vierhoutens dialect van de NDStaal)


Toepassing in de geneeskunde 
Juniper heeft een sterke phytoncide eigenschappen. Phytoncide is een stof dat rotten tegengaat en insecten weert.
Indianen van Noord-Amerika plaatsten voor de behandeling van tuberculose, botten en gewrichten, patiënten in bosjes van deze planten, waar de lucht verzadigd is met vluchtige vloeistoffen.
Als medicinale grondstof gebruikt men de vruchten van de jeneverbes (Fructus juniperi communis, Baccae juniperi ), die in het najaar worden verzameld en gedroogd bij een temperatuur van 30 ° C of onder de dakrand. Drogen mag men alleen rijpe bessen bruin of paars-zwart, glanzend, soms met een blauwachtige tint. Onrijpe bessen, moeten worden verwijderd. Lucht gedroogde bessen zijn zwart-bruin of paars, soms met een blauwe waslaag. De smaak is zoet-pittige wanneer ze worden geplet - met aromatische harsachtige geur, vochtigheid niet hoger dan 20% 
In de geneeskunde gebruikt jeneverbessen als vochtafdrijvend, ontsmettingsmiddel van urinewegen, slijmoplossend, choleretic en het verbeteren van de spijsvertering, bij diarree en winderigheid. Essentiële olie van de naalden heeft sterke desinfecterende eigenschappen.
In de volksgeneeskunde gebruikte men ze intern, tegen oedeem, malaria, nierziekten, blaasontsteking, jicht, reuma, artritis; extern - als een afleiding en een pijnstillend middel voor het spoelen bij ontsteking van het tandvlees, bij eczeem en schurft . Afkooksel van de takken bevordert genezing van tuberculose, bronchitis, maagzweren, huidziekten; als allerlei allergieën .
Toepassing jeneverbes geïndiceerd bij nierontsteking, omdat bloed in de urine, ernstige vergiftiging en amplificatie van het ontstekingsproces kan veroorzaken.



maandag 5 december 2016

Kardinaalsmuts of -hoed (Euonymus europaeus).

nog groen op 15 september 2016
 In de tuin valt deze struik op door de fraai gevormde rode vruchten, met vier kleppen, waarin de zaaddoos zich bevindt, die aan de nu ontbladerde takken hangen. Als de vrucht rijp is, springen de kleppen open en komen de giftige zaden aan witte draadjes naar beneden hangen. Vogels, vooral merels en roodborstjes zijn er dol op en helpen zo mee aan de verspreiding ervan. Ondanks zijn voorkeur voor kalk en kleigrond wordt de struik ook vaak gesignaleerd op de zandgrond, langs de randen van loofbossen en bermen. De groengele bloemschermen, waarmee de struik in mei bloeit, bevatten veel honing. Het gele, taaie hout werd vroeger gewaardeerd voor houtsnijwerk en voor het maken van de spoel voor het spinnewiel. De Engelse en Duitse benamingen wijzen hierop: Spindle-tree en Spindelbaum. Evenals de vuilboom, geeft ook de kardinaalsmuts weinig tot geen as bij de bereiding van houtskool. Konijntjes eten bij langdurige sneeuwval, noodgedwongen van de schil van de takken, als ze erbij kunnen. Vroeger werd een aftreksel van de giftige zaadjes, ingezet tegen hoofdluis. De struik is gevoelig voor de kardinaalsmutsmot (Hyponomeuta evonymellus) en de stippelmot (Hyponomeuta padellus).


maandag 28 november 2016

Witte tuin

 Het was vanmorgen, de eerste keer van dit seizoen dat de tuin echt wit was van de rijp.
Door de opwarming van de zonnestralen, werd de witte neerslag van de vorst nog even uitvergroot, voordat het in waterdruppels verdween.
Het had iets van het sprookje van
'witte wieven', een gangbaar begrip in de omgeving. Iets verderop ligt zelfs een vakantiepark met die naam.