donderdag 27 februari 2014

Kraaiheide (Empetrum nigrum)

Tot voor kort kwam deze heidesoort nog in de Bijentuin voor.
Met moeite hebben een paar struiken, zich lange tijd kunnen handhaven.
Uiteindelijk werden ze van hun plaats verdrongen, door opschietende struiken, varens en mossen. De grond werd er te rijk, o.a. door de humus van de vallende bladeren. Kraaiheide gedijt op open, koele plaatsen, met voedselarme zandgrond. Het liefst op de noordkant van hellingen. Dan mag er af en toe een zonneflits over heen gaan, maar op oostelijke en westelijke hellingen is het al  vaak te warm, laat staan op een zuid kant. De soort heeft hier in deze contreien ook de meest zuidelijke grens bereikt. Een kilometer of vijf verderop in die richting, komt dit soort heide al niet meer voor.
Kraaihei bloeit in april /mei. De bloemen zijn eenslachtig en staan in de bladoksels.
Mannelijke bloemen zijn rose en vrouwelijke- hebben een paarse kleur. De laatste geven de bessen, die eind augustus rijp zijn. De steenvruchten worden niet alleen door kraaien gegeten, maar vooral door spreeuwen. Het blad is naar achteren, naar beide zijden omgekruld en vormt daardoor kokertje. In het midden van de achterkant loopt een wit streepje die eigenlijk een spleet is. Witte haartjes sluiten het kokertje van de buitenwereld af. De huidmondjes zitten daarbinnen. Dit is een ingenieuze manier om verdamping tegen te gaan, of juist te bevorderen.
Vandaar dat de plant ook op wat vochtige grond, zich goed kan handhaven.

De bloemen bestuiven hoofdzakelijk door de wind, maar insecten zijn er ook op waargenomen.  
kraaiheide met bessen

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen